Vragen of contact :

Wat is een angststoornis? De theorie en behandelingen!

Angst is een natuurlijke, gezonde en nuttige emotie die je voelt als er gevaar dreigt. Het is een reactie van je lichaam die je in staat stelt om adequaat te reageren op reële dreigingen van buitenaf. Dit kan op twee manieren: namelijk door te vluchten of te vechten. Het wordt wat anders als je zoveel angst hebt dat je niet meer kunt functioneren. Je belemmert jezelf in je relaties, je bewegingsvrijheid, je handelen en je werk. Ook als je verlamd of verstard raakt van angst is er iets mis en verder kunnen angsten ook irreëel en buiten proportie zijn.

In die gevallen spreken we van een angststoornis. Angststoornissen komen veel voor: ongeveer tien procent van de populatie heeft weleens een angststoornis gehad. Ze zijn alleen niet allemaal hetzelfde. De DSM V, het universele handboek voor psychiaters, onderscheidt tien verschillende angststoornissen, waarvan we de belangrijkste verderop uitgebreid zullen beschrijven. We zullen ook ingaan op de oorzaken van deze stoornissen en de behandeling ervan.

Welke angststoornissen komen het meest voor?

1. Separatie-angst (of verlatingsangst)
2. Specifieke fobie
3. Sociale angststoornis
4. Paniekstoornis
5. Agorafobie (of straatvrees)
6. Gegeneraliseerde angststoornis

Separatie-angst

Deze stoornis werd vroeger alleen bij kinderen vastgesteld, maar tegenwoordig wordt erkend dat ook volwassenen aan verlatingsangst kunnen lijden. De oorzaak wordt gezocht in de vroege kindertijd, namelijk bij verstoringen in het hechtingsproces met de verzorger of opvoeder. De grondlegger van deze gedachte is de kinderpsycholoog Bowlby, die een onderscheid maakte tussen een gezonde, veilige hechting en een aantal ongezonde, onveilige hechtingen. Hij deed dit door te experimenteren met baby’s. Zijn opvatting van een gezonde hechting is “een duurzame affectieve relatie tussen een kind en een of meer opvoeders”. Ook stelt hij dat dit eenzelfde basisbehoefte is als eten, drinken en slapen.

afscheidEen biologisch fenomeen?

Hij ziet hechting dus als een biologisch fenomeen. Volgens zijn studies duren hechtingsproblemen een leven lang en zijn ze onomkeerbaar. Zijn leerling mary Ainsworth ontwikkelde zijn benadering verder met een meetinstrument voor veilige of onveilige hechting bij baby’s. Dit is de “The Strange Situation Test” en die is inmiddels standaard geworden. Zij maakte onderscheid tussen twee soorten hechtingsproblemen, namelijk de vermijdende hechting en de afwerende hechting, die allebei onveiligheid met zich meebrengen en dus een bron zijn van angst op zeer jonge leeftijd. De oorzaak hiervan ligt in wat bowlby noemde de “ínsensitive” verzorger of opvoeder, die zich kenmerkt door afwijzing, verwaarlozing, de afwezigheid van fysiek contact, een zakelijke houding tegenover het kind en een prikkelbare reactie op signalen van behoeften van het kind, zoals huilen.

Waarin resulteert een ‘onveilige’ jeugd?

Een dergelijke jeugd leidt tot separatieangst , die zich bij volwassenen uit door het constant bang zijn voor een (tijdelijke) scheiding, verlies van de hechtingspersoon en gebeurtenissen die tot een scheiding kunnen leiden. Daarnaast is het voor iemand met verlatingsangst ondraaglijk om alleen te zijn, wil de persoon nergens naartoe buiten de eigen vertrouwde omgeving, kan hij of zij niet ergens anders dan thuis slapen en is er sprake van nachtmerries die te maken hebben met scheidingen. Verder kunnen mensen met deze stoornis jaloers en bemoeizuchtig zijn. Verder zijn ze geneigd vast te blijven zitten in ongezonde of ongelukkige relaties.

De behandeling van separatie-angst

Hoewel de diagnose pas in de laatste versie van de DSM voor het eerst is opgenomen, zijn er al wel behandelmethodes die lijken te werken. Je kunt daarbij denken aan individuele psychotherapie, cognitieve gedragstherapie, lotgenotencontact en angstremmende medicijnen (anxiolytica). Deze laatste zijn geen structurele oplossing en kunnen zeer verslavend werken, waardoor je er steeds mer van nodig hebt om hetzelfde effect te bereiken en je niet mer zonder kunt. Anxiolytica kun je dus alleen kortdurend toepassen, bij voorkeur in combinatie met therapie.

angststoornis-9

Kleine stapjes maken!

In een therapie zal ook aandacht zijn voor eventuele andere angsten, die erkend en behandeld moeten worden. Verder wordt er voornamelijk gebruik gemaakt van de techniek van de systematische desensibilisatie. Hierbij leert de cliënt met hele kleine stapjes om alleen te kunnen zijn en daar steeds minder angstig van te worden. Verder lijkt stress een grote rol te spelen bij dit beeld, dus ook dat zal in een therapie aan bod komen en ten slotte kan het zinvol zijn om steun te zoeken bij lotgenoten, bijvoorbeeld door het bezoeken van een praatgroep. Hierdoor wordt de afhankelijkheid van steun van de hechtingspersoon minder en zal ook de angst om deze te verliezen afnemen.

Verlatingsangst is namelijk een relatie-killer, omdat de ander zich snel verstikt zal voelen door het vastklampende gedrag van de cliënt. Mensen met een onbehandelde verlatingsangst hebben dus vaak een lange historie van mislukte relaties, wat de angst alleen maar doet toenemen. Als je jezelf hierin herkent, is het zaak om professionele hulp te zoeken, want verlatingsangst is een complex en diepgaand probleem wat je leven behoorlijk kan verpesten.

Specifieke fobie

Als je dit hebt, ziet het er goed uit, want het is zeer goed te behandelen. Een specifieke fobie is zoals het woord al zegt angst voor één speciaal ding, dier, activiteit of situatie. Er is dus redelijk mee te leven, omdat je gewoon de trigger kunt mijden. Toch kan het vervelend zijn, maar de behandeling van een specifieke fobie hoeft niet lang te duren en slaat bij de meeste mensen goed aan. Fobieën komen vaak voor; maar liefst acht procent van de bevolking heeft ermee te maken (gehad). Dat is bijna een op de tien, dus je hoeft je echt niet te schamen als je deze stoornis hebt.

Voorbeelden van een specifieke fobie zijn vliegangst, angst voor dieren of insecten, liftangst, angst voor de tandarts of claustrofobie, de angst om vast te zitten in een kleine ruimte of ergens niet weg te kunnen, zoals in een menigte. Kenmerkend voor een fobie is dat je angst buitensporig en buiten proportie is en lang aanhoudt, ook als de trigger is verdwenen. De aangewezen behandelvorm wordt “exposure in vivo” genoemd en komt uit de gedragstherapie. Deze vorm van therapie is aantoonbaar werkzaam en wordt al sinds halverwege de vorige eeuw toegepast bij fobieën.

Wat is exposure?

angststoornis-2De term “exposure” betekent letterlijk “blootstelling”. De therapie bestaat eruit dat je met hele kleine stapjes wordt blootgesteld aan datgene waar je bang voor bent. Het menselijk lichaam kan maar beperkte tijd angst produceren, dus als je langdurig in contact bent met de situatie, het voorwerp of het dier, verdwijnt je angst vanzelf. De blootstelling is gradueel en wordt langzaam opgebouwd, je wordt niet meteen in het diepe gegooid, maar het gaat in stukjes en beetjes.

Als voorbeeld nemen we hier de angst voor spinnen. In een gedragstherapie zul je eerst alleen maar over spinnen hoeven nadenken en praten, dan een plaatje van van een spin bekijken, daarop het plaatje vasthouden, vervolgens geconfronteerd worden door naar een spin in een potje te kijken, als volgende stap het potje moeten aanraken, en op het allerlaatst wellicht de spin over je hand laten lopen zonder angst!

Sociale angststoornis

Dit is een heel vervelende aandoening die je leven flink kan belemmeren. Ook deze komt vaak voor; zo’n tien procent van de bevolking heeft er last van, maar de stoornis is goed te behandelen. Loop er dus niet te lang mee door, anders kun je behoorlijk geïsoleerd raken en dat is voor niemand goed. Iemand met een sociale fobie, zoals het ook wel wordt genoemd, wordt beheerst door angst voor sociale situaties, zelfs als ze bekend zijn.

Iedereen voelt zich weleens ongemakkelijk op een feestje waar hij niemand kent, maar dat is geen stoornis. Het wordt wat anders als je ook bang bent in vertrouwde situaties of in het gezelschap van bekende mensen. Als je een sociale fobie hebt worstel je met de angst om iets verkeerds te doen of te zeggen, ben je bang voor een afwijzing of en vernedering, vrees je aanstoot te zullen ervaren, ben je overdreven bang voor kritiek, durf je de telefoon niet meer op te nemen en ben je panisch bij de gedachte om in het openbaar te moeten spreken, in een restaurant te eten of naar een sollicitatiegesprek te gaan.

Mensen met deze stoornis zijn in gezelschap onzeker en verlegen, ze gaan snel blozen en ze hebben last van trillende handen. Dit resulteert in dat ze helemaal geen contact meer leggen uit angst dat het opvalt. Dit wordt ook wel een “tril-fobie” genoemd, en sociaal angstige mensen zijn dus in wezen ook bang voor hun eigen angst, wat tot een vicieuze cirkel kan leiden met als gevolg steeds meer angst en vermijding, tot aan een compleet isolement toe. Zo ver hoef je het beslist niet te laten komen als je deskundige hulp zoekt, want er zijn werkzame therapieën voor en je bent er niet toe veroordeeld om altijd maar bang te blijven.

Hoe is het te behandelen?

Een mogelijke behandeling is een training in taakconcentratie, wat vooral op je werk resultaat opkan leveren. Bij deze training leer je hoe te focussen op iets waar je niet bang voor bent als je mensen om je heen hebt, zodat je de angst kan “parkeren” en die niet meer op de voorgrond staat. Dit leidt tot positievere ervaringen in sociale situaties, waardoor de angst ook zal afnemen. Ook exposure in vivo kan worden toegepast bij sociale angst, op dezelfde manier als bij de angst voor spinnen uit het voorbeeld.

Een andere behandeling is CGT

Verder kun je denken aan cognitieve gedragstherapie, vooral als je klachten ernstig zijn. CGT gaat ervan uit dat je gedachten je gevoelens en je gedrag bepalen en is vooral gericht op het doorbreken van oude, hinderlijke gedachtepatronen en die te vervangen door zogenaamde “helpende” manieren van denken. Bij lichtere vormen van sociale angst kan en sociale vaardigheidstraining uitkomst bieden. Dit vindt plaats in groepen, en er wordt veel gewerkt met rollenspel en het oefenen van vaardigheden. Deze vaardigheden zijn bijvoorbeeld: iemand iets vragen, naar iemand luisteren of een compliment geven. Ten slotte wordt sociale angst behandeld met antidepressiva. Met name is dit met SSRI’s, die angstremmend werken en je ook meer zelfvertrouwen geven.

Paniekstoornis

Een paniekstoornis betekent dat je met regelmaat een hevige angstaanval hebt die zomaar op komt zetten en waar geen directe aanleiding voor is. Zo’n aanval kan al in een paar minuten ontstaan. De aanvalt kenmerkt zich sterk door lichamelijke symptomen zoals zweten, rillen en hartkloppingen. Tijdens zo’n aanval kan iemand bang zijn om flauw te vallen, dood te gaan, een hartaanval te krijgen, gek te worden of de controle over zichzelf te verliezen.

Op den duur ontwikkeld zich ook hier een angst voor de angst. De cliënt vreest constant vreest het krijgen van een aanval. De behandeling bestaat onder andere uit exposure in vivo, psycho-educatie, en paniekmanagement. Dat laatste is vooral zinvol als je veel angst oor de angst hebt en leert je strategieën om ermee om te gaan. Deze therapie maakt gebruikt van geruststellende herinterpretaties van de panieksituatie. Dit resulteert er in ieder geval in dat de angst voor de angst sterk zal afnemen. Ook worden met wisselend succes anti-depressiva ingezet bij en paniekstoornis.

Wat is Agorafobie?

Agorafobie staat ook wel bekend als straatvrees of pleinvrees, maar het houdt meer in dan dat alleen. Mensen met agorafobie hebben niet alleen moeite met naar buiten gaan, maar kunnen ook bang zijn in situaties waarin ze niet weg kunnen uit een bepaalde ruimte of een menigte mensen. Verder kunnen ze bang zijn in het openbaar vervoer, in de supermarkt of in een open ruimte. Dit kun je grofweg indelen in de angst om uit je vertrouwde omgeving te komen, de angst om niet weg te kunnen komen en de angst om rare dingen te doen in het openbaar. Deze symptomen moeten minimaal een half jaar aanwezig zijn om de diagnose te stellen.

De stoornis komt voor bij zo’n drie procent van de bevolking. Deze stoornis kan onder andere leiden tot sociaal isolement en depressie. Agorafobie kenmerkt zich door vermijdingsgedrag, dus het uit de weg gaan van angstaanjagende situaties. Dit gedrag leidt er vaak toe dat de angst sterker wordt en mensen met deze stoornis lopen het risico in een vicieuze cirkel te belanden. De angst  kan gaan leiden tot vermijding. De vermijding leidt vervolgens tot meer angst, tot op het punt dat iemand helemaal het huis niet meer uitgaat. Vanzelfsprekend vormt agorafobie dus een zeer ernstige beperking in het dagelijks leven en je werk en in ernstige gevallen is professionele hulp onvermijdelijk.

Welke behandelingsmethodes zijn er?

Er zijn gelukkig goede behandelingsmethodes om agorafobie te genezen en je kunt zelf ook al heel wat doen. Tips om zelf toe te passen is het ophouden met vermijden. Maak je wereld stap voor stap groten en blijf naar de realiteit kijken. Vraag ook zeker hulp (bijvoorbeeld iemand die je begeleidt) en wanhoop vooral niet,want ook hier kun je vanaf komen. Behandeling van agorafobie wordt gedaan met cognitieve gedragstherapie en exposure in vivo.

Blootstelling is belangrijk in de therapie

Exposure in vivo hebben we al uitgebreid beschreven en is in wezen niet anders bij de behandeling van agorafobie. Het gaat erom om met hele kleine stapjes je grenzen te verleggen door je bloot te stellen aan de dingen waar je angstig van wordt. Je kunt bijvoorbeeld beginnen met alleen een blokje om te gaan onder begeleiding van je therapeut of iemand anders, en dat in de loop van de therapie op te bouwen tot een tripje naar de Kalverstraat zonder begeleiding, maar helemaal in je eentje.

angststoornis-7

Hoe gaat CGT in zijn werking?

Bij CGT wordt vooral aandacht besteedt aan de gedachtepatronen die tot de angst leiden, ook wel “overtuigingen” genoemd. Bij agorafobie spelen vooral de overtuigingen dat je de controle over jezelf zult verliezen, dat je bang bent voor wat anderen van je denken of het gevoel dat er een ramp zal gebeuren als je weg bent uit je comfort-zone. Een cognitief gedragstherapeut zal je leren om deze gedachten te toetsen op twee manieren. De therapeut stelt de vraag of je overtuiging ten eerste realistisch is en ten tweede of deze nuttig of “helpend” is. Het doel van CGT is om irreële en belemmerende overtuigingen af te zwakken en deze te vervangen door of om te buigen tot realistische gedachten die helpend en adequaat zijn. Hierdoor wordt het mogelijk de angst te laten varen en gewoon uit je hol te komen, zonder daarbij klachten of symptomen te ervaren.

Gegeneraliseerde angststoornis

Deze laatste angststoornis is ook meteen de ernstigste en meest complexe en is moeilijk te behandelen. Het wordt ook weleens de ‘piekerstoornis” genoemd. De mensen met deze stoornis zijn dus constant aan het tobben over alles in hun leven, hoe klein het ook is. De diagnose wordt gesteld als er sprake is van “langdurige ernstige zorgen over alledaagse dingen die voor de cliënt niet beheersbaar zijn”.

Mensen met deze stoornis zijn dus zonder reden constant bang dat er iets vreselijks gaat gebeuren, zoals een faillissement, een ernstige ziekte, een ongeval, of het niet behalen van belangrijke prestaties of doelstellingen. De symptomen zijn ernstig en zeer invaliderend. Deze mensen piekeren en tobben namelijk zoveel dat ze negens anders meer aan toe komen of zich op niets te kunnen concentreren.

Kenmerkend voor de gegeneraliseerde angststoornis is dat fysieke symptomen op de voorgrond staan, namelijk rusteloosheid, spanning, geheugenproblemen, prikkelbaarheid, snel moe worden, een verstoorde slaap en spierspanning. Dit is iets waar je moeilijk zelf vanaf komt en het kan zinvol zijn om behandeling te zoeken. Vier van de meest gebruikte behandelmethoden zijn CGT, toegepaste relaxatie, exposure in vivo en antidepressiva.

angststoornis-8Wat doet de therapeut bij CGT en GGA?

Een cognitief gedragstherapeut zal ook bij deze stoornis gericht zijn op de relatie tussen de gedachten en de emoties. Hierbij wordt ervan uit gegaan dat je gedachtes (overtuigingen) je emoties bepalen en dus ook je gedrag. De drie belangrijkste hinderlijke overtuigingen van mensen met een GGA zijn het overschatten van de kans dat iets gebeurt, het overschatten van de ernst van de gevreesde gebeurtenis en het onderschatten van je eigen competenties om met de gebeurtenis om te gaan.

Een cognitief gedragstherapeut zal je leren deze overtuigingen te toetsen op waarheid en realisme en het nut ervan. De vragen zijn dus “is het waar?” en “werkt het?”. Gedachten die waar zijn en werken worden “helpend” genoemd en in de therapie is erop gericht om deze te stimuleren. Daarnaast worden “niet-helpende” denkwijzen afgeleerd. CGT is meestal kortdurend. Echter, bij een GGA is er veel meer tijd nodig, omdat de cliënt werkelijk overal bang voor is.

Wat gebeurt er bij toegepaste relaxatie?

Een andere techniek die wordt gebruikt is toegepaste relaxatie, waarbij je wordt geleerd om ontspanningsoefeningen te doen in angstige situaties. Vaak wordt er tegelijkertijd gewerkt met meditatie en Mindfulness. Je krijgt bij deze aanpak geen schriftelijk huiswerk mee, zoals bij CGT, maar je moet er wel lang op oefenen. Deze benadering vergt dus nogal wat discipline. Maar als je die kunt opbrengen, wordt het een tweede natuur. Je schakelt dan bij angst onmiddellijk over tot ontspanning of trance, zonder er over na te hoeven denken. Deze methode heeft waarschijnlijk een bijzonder gunstig effect, maar is nog te weinig onderzocht en is dus niet overal beschikbaar.

En hoe zit het bij Exposure?

Ook het effect van exposure in vivo bij deze stoornis blijft onduidelijk. Meestal zal een therapeut keizen voor de technieken van cognitieve gedragstherapie.

Antidepressiva

Tot slot is het niet ongewoon om met medicatie t werken bij de gegeneraliseerde angststoornis. Dan bij voorkeur niet met verslavende anxiolytica (benzodiazepinen), maar een SSRI-antidepressivum zoals paroxetine en citalopram. Het kan ook met een lage dosering antipsychotica, bijvoorbeeld olanzapine. Dit maakt je ook rustig en zorgt ervoor dat je makkelijker jouw emoties binnen de perken kan houden.

Wees niet ontmoedigd! Het is te behandelen!

Dit waren dus de meest voorkomende angststoornissen zoals ze zijn opgenomen in de DSM V. Hoewel er natuurlijk nog een heleboel andere soorten angst zijn. Denk aan faalangst, podiumangst ofwel plankenkoorts, hoogtevrees, angst voor ziektes (hypochondrie), smetvrees,, examenvrees, angst bij depressie, angst bij psychose, en ga zo nog maar even door. Dit soort angsten worden echter niet als stoornis aangemerkt. Hoewel ze wel vervelend kunnen zijn en je er ook therapie voor kunt zoeken. En nu: Moedig voorwaarts!

angststoornis-10

26 juni 2019

0 Antwoorden op ''Wat is een angststoornis? De theorie en behandelingen!"

Laat een bericht achter...

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

© 2018 ICO BV
X